SYMPTOMEN & ONDERZOEK BIJ HOND, KAT, CAVIA EN OVERIGE HUISDIEREN


Symptomen bij hond, kat en cavia.

  • Koorts is een vaak voorkomend symptoom bij een bacteriële nierbekkenontsteking. Nierkanker veroorzaakt soms ook koorts. Bij blaasontsteking is er meestal geen sprake van verhoging of koorts.
  • Vaak kleine beetjes plassen wijst meestal op een blaasontsteking, blaasgruis, blaassteen of tumor.
  • Grote hoeveelheden plassen komt vaak voor bij een nierziekte of suikerziekte.
  • Rode urine kan wijzen op bloed, maar ook op kleurstoffen in het voedsel.
  • Bruine, zwarte, blauwe, groene verkleuring van de urine kan het gevolg zijn van medicijngebruik. Bruine urine kan echter ook veroorzaakt worden door restjes afgebroken hemoglobine (het eiwit dat zuurstof in het bloed transporteert) of eiwitten.
  • Troebele urine kan wijzen op aanwezigheid van pus door een urineweginfectie of op kristallen (blaasgruis).
  • Pijn in de rug of lendenen, met eventueel "uitstralen" naar het midden van de buik, wijst meestal op een nierziekte.
  • Zeer heftige pijn wordt meestal veroorzaakt door een niersteen. Het kan echter ook door een zware ontsteking komen.
  • Hoge koorts, shock en ernstige pijn kunnen zorgen voor acuut nierfalen.

Urineonderzoek bij hond, kat en cavia.

struviet

uw dier kan door een dierenarts gemakkelijk worden onderzocht. Dit kan met een zogenaamde "dipstick" of door de urine onder een microscoop te bekijken. Een dipstick is een plastic staafje dat in de urine wordt gedoopt. Door verkleuringen op het staafje kan het gehalte in de urine worden bepaald van eiwitten, glucose, nitriet en van stoffen die verwijzen naar vetafbraak (ketonen). Microscopisch onderzoek wordt gebruikt om het aantal rode en witte bloedcellen te bepalen en om te zien of er kristallen (blaasgruis) in de urine zitten.

  • De aanwezigheid van eiwitten kan duiden op een nierziekte.
  • De aanwezigheid van glucose is vaak een aanwijzing voor suikerziekte (Diabetes mellitus). Als suikerziekte is uitgesloten, en er toch glucose in de urine aanwezig blijft, dan wijst het meestal op een nierafwijking.
  • De aanwezigheid van stoffen van teveel vetafbraak (ketonen) wijst meestal op verhongering of op een niet goed instelde suikerziekte.
  • De aanwezigheid van nitriet duidt meestal op de aanwezigheid van een bacteriële infectie.

Bloedonderzoek bij hond, kat en cavia.

Met een bloedonderzoek kan de nierfunctie worden beoordeeld. Het vermogen van de nieren om overbodige en ongewenste stoffen uit het bloed te verwijderen, wordt uitgedrukt in het creatine- en ureumgetal. Creatine wordt in de spieren gevormd en als afvalproduct in de bloed opgenomen. Ureum is een eiwitafvalproduct en wordt ook opgenomen door het bloed. Goed functionerende nieren filteren het creatine en ureum uit het bloed. Te hoge creatine- en ureumgetallen geven aan dat de filterwerking van de nieren niet goed meer functioneert.

Ook bij normale creatine- en ureumwaarden moet u waakzaam blijven. De nieren hebben namelijk een aanzienlijke "overcapaciteit". Meestal blijkt in de praktijk dat de nieren al aanzienlijk aangetast zijn, voordat er een te hoog creatine- en ureumgetal wordt gemeten. Het blijkt dat wanneer het creatine- en ureumgetal verhoogd zijn, de nieren nog maar voor de helft -of zelfs nog minder- functioneren. Leeftijd, gewicht en geslacht van het dieren kunnen daarbij ook nog van invloed zijn op de uitslagen van een bloedtest.

Röntgenonderzoek blaasgruis/ blaasstenen bij hond, kat en cavia.

Voor een goed onderzoek naar blaasgruis/ stenen dient een dier onder narcose gebracht te worden. Bij senioren moet men hier heel voorzichtig mee zijn. Narcose is een zware belasting voor uw hond, kat en cavia en oudere dieren hebben soms onvoldoende energie om hier goed doorheen te komen.

Voor het vaststellen van de aanwezigheid van gruis en stenen in de blaas met een röntgenfoto, moet gebruik worden gemaakt van een contrastvloeistof. Zonder zo'n vloeistof zijn kleine stenen en blaasgruis op de foto niet te onderscheiden van de urine.

Met een katheder wordt eerst de nog aanwezige urine uit de blaas gehaald. Hierna wordt met dezelfde katheder de contrastvloeistof in de blaas gespoten. De vloeistof werkt in op alle aanwezige blaasgruis/ blaasstenen. Hierna wordt de overtollige contrastvloeistof weer uit de blaas gehaald. Als nu een röntgenfoto wordt gemaakt, kunnen al het gruis en stenen goed worden waargenomen.

Bij het maken van een röntgenfoto zonder contrastvloeistof, zijn alleen de zeer grote stenen op de foto te zien. Gruis en kleine stenen zijn dan niet zichtbaar. Niet alle dierenartsen voeren het onderzoek echter met contrastvloeistof uit, zodat nog al eens wat gruis "gemist" wordt.

Echografie

Een veel eenvoudiger onderzoek is de echografie of echoscopie. Zelfs bei de meeste katten gaat dit zonder grote problemen. Het dier hoeft hiervoor niet onder narcose. Er moet alleen wat vel op de buik weggeschoren worden en het dier mag zich even niet bewegen. De dierenarts verdeelt wat gel op de huid, zodat er bij het onderzoek geen lucht tussen zit. Dan beweegt hij de zgn. transducer over de huid. De geluidsgolven, die de transducer uitzendt, worden door de stenen en het gruis gereflecteerd en door een computer in beelden omgezet.