HARTFALEN, HARTRUIS EN HARTRITMESTOORNISSEN BIJ HOND EN KAT.

Functie van het hart bij hond en kat.

Het hart regelt de bloedsomloop, het zorgt dat het bloed door het lichaam wordt rondgepompt. In het bloed zitten stoffen die het lichaam nodig heeft zoals zuurstof en bouwstoffen. Het hart zorgt dat deze stoffen binnen het lichaam getransporteerd worden naar de plekken waar deze nodig zijn. Het hart zorgt ook dat via het bloedtransport stoffen die het lichaam niet nodig heeft worden afgevoerd.

In het hart zitten twee hartpompen. Deze pompen zorgen voor een goed bloedtransport door het lichaam. De linker hartpomp zorgt voor aanvoer van zuurstof en bouwstoffen. Deze pomp zorgt ervoor dat bloed vanaf de longen door het lichaam gepompt wordt. Zo komt de benodigde zuurstof en bouwstoffen bij de organen en weefsels terecht. De rechter hartpomp zorgt ervoor dat het zuurstofarme bloed weer naar de longen terug gepompt wordt.


Hartfalen bij hond en kat is onder te verdelen in:

  1. Het hart kan minder goed het bloed rondpompen, dit wordt ook wel hartfalen genoemd. Er bestaan twee soorten hartfalen:
    • de linker hartpomp functioneert niet goed. Er ontstaat dan vocht achter de longen.
    • de rechter hartpomp functioneert niet goed. Er ontstaan dan vochtophopingen in de poten.

    Het komt echter regelmatig voor dat bij honden en katten met hartfalen de linker en de rechter hartpomp beide niet goed werken.

  2. Hartruis en lekkende hartklep

    Hartruis is het geluid dat ontstaat als bloed weerstand vindt bij het stromen. In de meeste gevallen is hartruis onschuldig. Hartruis kan echter ook wijzen op een hartafwijking. Hartruis bij volwassen honden en katten wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een lekkende hartklep.

    Met spreekt van een hartritmestoornis als het hart niet in een regelmatig tempo klopt. Hartritmestoornissen kunnen worden veroorzaakt door geboorteafwijkingen, een te hoge bloeddruk en verschillende factoren tijdens de dracht.

Mogelijke symptomen van hartfalen bij hond en kat:

Een moeizame ademhaling, kortademigheid, verminderd uithoudingsvermogen, verliezen van het bewustzijn (ineens omvallen even later weer opstaan), hoesten, verminderde eetlust, lusteloosheid, minder actief, blauw gekleurde slijmvliezen.