INCONTINENTIE

Incontinentie bij hond, kat en cavia.

Nieren produceren continue urine die door de urineleider naar de blaas wordt gevoerd. Urine wordt in de blaas opgeslagen totdat de blaas is gevuld. De uitgang van de blaas is voorzien van een sluitspier. Een sluitspier werkt als een kraan die opengedraaid en dichtgedraaid kan worden. Op het moment dat het huisdier besluit te gaan plassen, ontspant de sluitspier (kraan gaat open) zich. Hierdoor kan de urine het lichaam verlaten.
Urine opslaan in de blaas is een complex proces, dat door verschillende oorzaken kan worden verstoord. Bij incontinentie moet altijd de vraag worden gesteld of deze acuut of geleidelijk is ontstaan.
  • Incontinentie die acuut optreedt, wijst meestal op een blaasontsteking of eventuele bijwerking van medicijnen. Een dierenarts kan hiervoor een behandelplan opstellen.
    Incontinentie die geleidelijk optreedt, ontstaat meestal door een steeds zwakker wordende sluitspier van de blaas. De kraan kan niet meer goed worden dichtgedraaid. Deze vorm van incontinentie treedt meestal op tijdens het slapen van uw huisdier. Uw huisdier wordt dan nat wakker en is zich niet bewust van het urine laten lopen. Het komt meer voor bij vrouwelijke dan bij mannelijke dieren. Bij vrouwelijke dieren wordt het ook regelmatig waargenomen na een baarmoeder operatie (verwijdering) of een urineweg operatie.

  • Het optreden van incontinentie neemt toe met de leeftijd. Bij een hogere leeftijd neemt in het algemeen de kracht van spieren af. Dit geldt ook voor de sluitspier, m.a.w. "het leertje in de kraan is slapper geworden". Incontinentie wordt dan ook meer waargenomen bij oudere dieren.
    Ter vergelijking: ongeveer 50% van alle ouderen in verpleeghuizen is incontinent.