Longworm infectie bij een hond, kat, cavia, konijn en overige huisdieren moet behandeld worden.
Longwormen zitten bij honden voornamelijk in de rechter hartkamer en de grote longslagaders (bloedvaten naar de longen), en minder vaak direct in het longweefsel zelf. Bij katten en andere dieren bevinden ze zich vaak in de luchtpijp, de kleinere luchtwegen en de longblaasjes. Ze worden verspreid via slakken, kikkers, muizen en vogels. Symptomen zijn milde hoest en verminderde conditie tot ernstige benauwdheid, vermagering, sloomheid, longontsteking, slechte eetlust en langdurige droge hoest.
Je kunt longwormen bij je huisdier vaststellen via een bloedtest (op antigenen, antilichamen of larven) of door een echo/röntgenfoto van hart en longen, maar symptomen zoals hoesten (chronisch), kortademigheid, benauwdheid of piepende ademhaling, verminderd uithoudingsvermogen, sneller moe zijn na inspanning en sloomheid, verminderde eetlust en gewichtsverlies kunnen zichtbaar zijn.
Bij honden kunnen in Nederland voornamelijk twee soorten longwormen voorkomen: Angiostrongylus vasorum (de Franse hartworm) en Oslerus osleri (de echte longworm). Deze parasieten nestelen zich in de longen of omliggende bloedvaten, wat kan leiden tot ernstige hoest, benauwdheid en verminderd uithoudingsvermogen. Bij katten in Nederland komt hoofdzakelijk de Aelurostrongylus abstrusus voor, een haarworm die in de longblaasjes en kleine luchtwegen leeft. Een andere, minder vaak voorkomende soort is Eucoleus aerophilus (vroeger Capillaria aerophila). Deze parasieten veroorzaken hoesten, benauwdheid en vermagering, vaak opgelopen door het eten van slakken of prooidieren (muizen/vogels). Bij een bij cavia's komt een longworm niet vaak voor, maar besmetting is mogelijk, vaak door het eten van vers gras of via contact met andere knaagdieren. Hoewel specifieke longwormsoorten bij cavia's minder gedocumenteerd zijn dan darmwormen, kunnen parasieten, inclusief longwormen, luchtweginfecties en conditieverlies veroorzaken. Bij konijnen zijn longwormen (zoals de Franse hartworm) zeldzaam, maar kunnen ernstige benauwdheid, hoesten en sloomheid veroorzaken.
Nee, de specifieke longwormen die uw hond, kat of andere huisdieren ziek maken zijn over het algemeen niet gevaarlijk voor mensen en kunnen niet direct op de mens worden overgedragen. Het risico op besmetting van dier op mens is bij longwormen niet bekend.
Preventie van longworm bij honden richt zich op het vermijden van slakken, kikkers en hun slijmsporen, aangezien deze de larven dragen. Essentieel is om 4-6 maal per jaar te ontwormen, met name in het slakkenseizoen. Daarnaast is het opruimen van hondenpoep cruciaal om verspreiding tegen te gaan.