Gal wordt in de lever continu geproduceerd; als geen lozing naar de darm (bij
de spijsvertering) plaatsvindt, wordt de gal opgeslagen in de galblaas. Daarin
vindt een vijf- tot tienvoudige concentratie van galzure zouten, bilirubine en
cholesterol plaats door een sterke resorptie van water en elektrolyten. De gal
die rechtstreeks uit de lever komt, is dus anders van samenstelling (in het bijzonder
veel minder zuur) dan de gal die eerst opgeslagen is geweest in de galblaas; van de
laatste kan de pH tot 5,6 dalen. Door de concentratie die in de galblaas optreedt,
kunnen gemakkelijk galstenen gevormd worden die bestaan uit cholesterol, bilirubine
en calciumzouten in verschillende concentraties. Deze steenvorming wordt bevorderd
door een langdurig verblijf van gal in de galblaas en door galblaasontsteking.
Telefonisch bereikbaar, 0524-221274, op werkdagen tussen 11.00 - 12.00 uur.